Datahonger

Hoe geheime diensten omgaan met digitale ontwikkelingen

Introductie

Op 11 juli 2017 werd de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv), na een moeizaam traject, eindelijk aangenomen door de Eerste Kamer. Voor een groepje bezorgde studenten was dat reden om een referendumcampagne op te starten. En met succes: tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 wordt ook onze mening gevraagd over de nieuwe regels voor de Nederlandse inlichtingendiensten. Die regels zijn zeker aan vernieuwing toe, want de nu nog geldende regels stammen uit 2001. Het digitale landschap is ondertussen onherkenbaar veranderd en geopolitieke en terroristische dreigingen nemen toe. Inlichtingendiensten hebben zeker niet stilgezeten. De afgelopen jaren lijkt er een heuse surveillanceindustrie te zijn ontstaan. Geheime diensten lijken een onstilbare honger te hebben naar meer data. Wat voor gevolgen heeft dit voor onze rechten als burgers?

Dit verhaal laat zien dat de nieuwe Wiv, inclusief de kritiek erop, niet zomaar uit de lucht komt vallen. Het biedt context en gaat dieper in op de beweegredenen achter deze ontwikkelingen. Het is een verhaal over de digitale strijd die wordt gevochten, zowel voor onze veiligheid als onze privacy. Welkom in de wereld van big data, surveillance, en techno-optimisme.

Overzicht

Begin met lezen of kies een onderdeel. Onderdelen zijn te lezen als losse artikelen.

Start met lezen

Deel 1: Nieuwe spelregels

Onlangs werd de nieuwe Wiv aangenomen. Dat verliep niet zonder slag of stoot.

Deel 2: Internetexplosie

Digitalisering levert een immense berg data op. Daardoor verandert ook het speelveld van inlichtingendiensten.

Deel 3: Honger naar data

Hoe ziet dat er eigenlijk uit?

Deel 4: Gevolgen en beweegredenen

Wat betekent dit? Over verloren mensenrechten en techno-optimisme.

Deel 5: De noodrem

Over andere wegen en het aanstaande referendum.

Nieuwe spelregels

Deze zomer was het dan eindelijk zover: de nieuwe Wet op inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) werd realiteit. De wet is de basis waarop de Nederlandse inlichtinngendiensten functioneren en legt tot in detail vast wat wel en niet mag, en onder welke voorwaarden. Geheime diensten hebben een compleet arsenaal aan middelen en bevoegdheden om in te zetten; van de klassieke telefoontap tot het hacken de computer van een verdachte. De Wiv bepaalt dit arsenaal en de regels en voorwaarden die verbonden zijn aan het inzetten ervan. Anders gezegd: de Wiv vormt de spelregels van de geheime diensten.

Die spelregels zijn duidelijk aan vernieuwing toe. De oude wet bestaat al sinds 2002. Zo mogen inlichtingendiensten volgens de oude Wiv alleen op grote schaal signalen uit de lucht opvangen en verwerken. Gezien het feit dat een groot deel van het internetverkeer vandaag de dag door kabels loopt, is het niet vreemd dat inlichtingendiensten meer interesse hebben in het aftappen van kabels. De kritiek zit dan ook vooral in de regels en voorwaarden die daaraan verbonden zijn. De nieuwe wettekst spreekt over 'ongerichte interceptie van kabelgebonden telecommunicatie'. Dit betekent niet dat heel Nederland ineens mag worden afgetapt, want dit tappen moet volgens de nieuwe wet wel 'onderzoeksopdrachtgericht' zijn. Volgens tegenstanders is dit echter zo'n breed begrip dat er sprake is van een zogenaamd sleepnet. Net zoals een sleepnet in de visserij altijd meer naar boven haalt dan waar naar wordt gevist, zo heeft een digitaal sleepnet ook last van 'bijvangst'. Iets wat het oude logo van de AIVD ironisch genoeg ook illustreert (zie afbeelding).

Om misbruik te voorkomen wordt de bestaande toezichthouder (de CTIVD) uitgebreid en komt er er een nieuwe toetsingscommissie bij (de TIB). Het wil echter niet lukken om hier genoeg juiste personen voor aan te stellen, waardoor de inwerkingtreding van de Wiv 2017 is uitgesteld tot 1 mei 2018. Ook is bij vergaande bevoegdheden de toestemming van de minister nodig.

Het aftappen van kabels is niet het enige onderwerp van (hevige) discussie. Ook andere spelregels stuiten op verzet, zoals de bewaartermijn. Getapte data mogen drie jaar worden bewaard. Ook worden bevoegdheden voor het hacken van apparaten verruimd: er mag ongerichter worden gehackt in het kader van een onderzoek. Dit laatste leidt in het bijzonder tot veel kritiek, omdat de overheidsdienst bij de inzet van deze bevoegdheid is gebaat bij zwakke beveiliging van onze apparaten, wat volgens critici de beveiliging van onze apparaten ondermijnt. Verder mogen data met buitenlandse inlichtingendiensten worden gedeeld, zonder dat deze vooraf zijn bekeken. Geheime diensten krijgen de mogelijkheid om geautomatiseerd toegang te krijgen tot databases van bedrijven, bijvoorbeeld met klantgegevens (wel enkel op vrijwillige basis). En tot slot mag er een geheime DNA-databank worden opgezet.

Gezien deze bevoegdheden is het niet verrassend dat de Wiv tot hevige discussies leidt. De nieuwe Wiv is dan ook met veel moeite aangenomen. In 2015 werd het eerste concept al gepubliceerd. Daarop werd een internetconsultatie geopend. Iedereen mocht zijn of haar mening geven over de concepttekst. Dat leidde tot honderden veelal kritische reacties, en niet alleen van bezorgde burgers. Microsoft stelt dat 'het wetsvoorstel de potentie heeft om het vertrouwen van gebruikers in technologie ernstig te schaden, en innovatie te ontmoedigen'. Ook onder andere telecombedrijven, MKB-Nederland, VNO-NCW, Amnesty International en het College voor de rechten van de Mens uitten kritiek. Dat leidde tot een aanpassing van het wetsvoorstel: er komt extra toetsing en kosten van het aftappen zijn niet meer volledig voor rekening van providers. Maar na vijf dagen werd al bekend dat het kabinet de plannen toch grotendeels wil doorzetten. Later kwam er ook kritiek van de Raad van State (het hoogste berstuurlijke rechtsorgaan), wat leidde tot verdere aanpassingen. Tijdens hoorzittingen met betrokkenen en deskundigen zijn ruim 30 amendementen ingediend, maar het overgrote deel werd verworpen.

"De nieuwe Wiv is een enorme aantasting van fundamentele rechten van burgers"

Voor beveiligingsexpert Brenno de Winter is het signaal duidelijk. "Er is een heel groot belang om ermee door te gaan. Als je als inlichtingendienst tientallen miljoenen extra aan budget kan krijgen, wat zou je dan willen? Andere logica is niet te vinden bij dit wetsvoorstel." De Winter is stellig. "De nieuwe Wiv is een enorme aantasting van fundamentele rechten van burgers, omdat mensen die nergens van verdacht zijn nu opeens onderwerp van onderzoek worden, waarbij het ook zeer de vraag is of het ook maar iets oplevert. Er is gewoon geen onderbouwing voor de wet. Er is ook geen fatsoenlijk publiek debat gevoerd. Uit niets blijkt dat dit kan werken of effectief zal zijn."

"Proportionaliteit en subsidiariteit zijn er gewoon niet, maar daar komt bovenop dat het ook niets gaat opleveren, althans is het bewijs daarvoor niet geleverd." De Winter durft nog een stapje verder te gaan door te stellen dat de nieuwe Wiv juist tot meer aanslagen kan leiden. "Als je de poel van mensen die potentieel iets van plan zijn groter maakt, moet je dus meer mensen gaan volgen. Het kost tussen de 35 en 40 personeelsleden om iemand een week te volgen. Dat is erg ineffectief. Bij iedere aanslag zien we dat mensen al op de radar waren van inlichtingendiensten. Het op de radar krijgen is dus niet het probleem. Als iemand op de radar is, voorziet de wet al in het doen van fatsoenlijk onderzoek. En alles wat nodig is voordat iemand op de radar verschijnt is ook al geregeld."

De Winter staat niet alleen in zijn kritiek. Naast de organisaties die zich aansloten bij de referendumcampagne en de Raad van State, zijn er verschillende partijen die de nieuwe Wiv niet zien zitten. De Autoriteit Persoonsgegevens stelt dat de wet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) sluit zich daarbij aan en start, samen met een aantal andere partijen, een bodemprocedure tegen de Nederlandse staat. Volgens de NVJ schendt de Wiv het recht op privacy, vrijheid van meningsuiting, het recht om vertrouwelijk te communiceren, het recht op effectieve rechtsbescherming en de bronbescherming.

Internetexplosie

Bovenstaande afbeelding is een grafische weergave van een klein deel (minder dan 30%) van het internet in 2005. Het begin- en eindpunt van iedere lijn is een IP-adres, een uniek internetadres die iedere gebruiker krijgt toegewezen. De kleuren staan voor de verschillende extensies van websites (.com, .nl etc.). De afbeelding geeft een idee van de enorme complexiteit van het internet. En dit is in 2005, het jaar waarin de eerste video op YouTube verscheen en we nog massaal Windows XP gebruikten. Anno 2017 is het aantal gebruikers bijna verviervoudigd. Vandaag de dag hebben we te maken met big data, internet of things en 4G mobiel internet. Dit is het nieuwe werkveld van inlichtingendiensten.

Gezien deze ontwikkelingen is het niet vreemd dat inlichtingendiensten vraag hebben naar meer bevoegdheden. De huidige Wiv stamt uit 2002 en neemt de hierboven geschetste ontwikkelingen niet mee. Het is moeilijk te beargumenteren dat een vernieuwing van de Wiv onnodig is. Het internet is de afgelopen decennia geexplodeerd, zou je kunnen zeggen.

Honger naar data

In de context van het vorige hoofdstuk is het niet verwonderlijk dat inlichtingendiensten meer data verzamelen dan voorheen. Steeds meer mensen laten een steeds groter wordend dataspoor achter. De nieuwe Wiv past in die trend. De kwestie draait dan ook vooral om het wie wat, waarom en hoe van die dataverzameling. Hoe ziet die zogenaamde datahonger er in Nederland uit?

Nederland kent drie grote partijen op het gebied van dataverzameling. De partij waar je waarschijnlijk als eerste aan denkt, is de AIVD, oftewel de Algemene Inlichtingen- en Veilgheidsdienst. Sinds 9/11 steeg het aantal personeelsleden al met bijna duizend personen naar ongeveer 1800 man. Het budget stijgt van 68 miljoen in 2002 naar ongeveer 250 miljoen in 2020. De AIVD heeft ook een militaire tegenhanger, de MIVD. Deze organisatie groeide vooral de afgelopen drie jaar hard, met een toename van 20% aan voltijdaanstellingen (220 nieuwe), en tussen 2016 en 2018 stijgt het budget met 31 miljoen naar 103 miljoen euro (exclusief geheime uitgaven). Deze twee inlichtingendiensten werken samen middels de Joint Sigint Cyber Unit. Sigint staat voor 'signals intelligence' en behelst het opvangen van radio- en sattelietverkeer. Ook is het collectief verantwoordelijk voor het uitvoeren van cyberoperaties.

Het hoofdkwartier van de AIVD in Zoetermeer

De derde noemenswaardige partij is de Belastingdienst. De Belastingdienst verzamelt tal van verschillende gegevens via tal van overheidsdatabases. De gegevens moeten volgens de wet 'fiscaal relevant' zijn. Een begrip dat zo breed is dat vrijwel alle data hieronder kunnen vallen. Denk bijvoorbeeld aan gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie. Ook gegevens over het reispatroon van Nederlanders worden verzameld, bijvoorbeeld via camera's met nummerbordherkenning (ANPR) die op alle grote wegen aanwezig zijn en zeven jaar bewaard mogen worden. Of gegevens over boetes die open staan of zijn betaald. De AIVD en MIVD hebben via een wettelijke achterdeur weer toegang tot alle gegevens die de Belastingdienst opvraagt.

De werkwijze van de AIVD en MIVD zijn staatsgeheim, dus het is lastig om precies in beeld te brengen hoe die 'datahonger' de afgelopen jaren is toegenomen. Maar de hierboven genoemde groeiende budgetten en personeelsbestanden van de geheime diensten zijn tekenend. In 2012 kreeg de AIVD te maken met grote bezuinigingen. Volgens de Algemene Rekenkamer heeft dit 'diepe sporen in de organisatie getrokken' en was dit een onverstandig besluit. De AIVD heeft dit geld dus, ondanks het stijgende budget sinds 2002, hard nodig om de groei bij te benen. Tapcijfers van de inlichtingendiensten zijn ondanks kritiek van de Raad van State nog steeds geheim, dus daar kunnen we helaas niets mee. De enige cijfers die we hierover hebben zijn van 2009. Dat jaar heeft de AIVD 1078 taps geplaatst en de MIVD 53.

Ook politie en justitie mogen in het kader van opsporing aftappen. Hier zijn wat meer cijfers over bekend, maar er wordt sinds 2014 geen onderscheid meer gemaakt tussen telefoon- en internettaps, wat het moeilijk maakt om een vergelijking te maken. Dat betekent dus ook dat het inzetten van een 'tap' nu zowel een telefoontap als een internettap betekent, waar dat voorheen nog gescheiden van elkaar werd ingezet. Van het aantal internettaps (IP-taps) zijn alleen de aantallen tussen 2010 en 2013 bekend.



Het aantal telefoontaps is al jaren vrij stabiel, rond de 25,000 per jaar. Opvallender is de explosieve toename van het aantal internettaps in 2012: een stijging van 400% ten opzichte van het jaar ervoor. Het ministerie van Justitie en Veiligheid wijdt deze toename aan de toename van smartphonegebruik. Een veelgehoorde uitspraak is dat Nederland wereldkampioen tappen zou zijn. Nederland is inderdaad niet erg terughoudend wat betreft het inzetten van deze bevoegdheid. Het aantal taps ligt in Nederland veel hoger dan in een aantal omringende landen. Het is echter moeilijk om cijfers met andere landen te vergelijken, omdat het middel overal anders wordt toegepast.

Naast de tapcijfers zijn ook de cijfers van het CIOT toonaangevend. Het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie is de tussenpersoon tussen veiligheidsdiensten en Nederlandse providers. Het bezit een enorme database met gegevens van alle aangesloten Nederlanders; dit is wettelijk verplicht. Iedere internetverbinding (IP-adres) en telefoonnummer wordt sinds 2000 door het CIOT gekoppeld aan NAW-gegevens en andere data zoals e-mailadressen. Bij een strafrechtelijk onderzoek kunnen opsporingsinstanties deze gegevens direct opvragen bij het CIOT. Wettelijk verplichte jaarverslagen en audits van de afgelopen jaren ontbreken, maar uit de cijfers die we beschikbaar zijn, blijkt dat het aantal verzoeken bij het CIOT sinds 2003 is gestegen van 300.000 naar bijna 1,7 miljoen in 2016. 2009 is het recordjaar met 2,9 miljoen verzoeken. Opvallend is wel dat het aantal verzoeken sinds 2012 daalt. Wellicht hebben de opsporingsinstanties andere methoden gevonden om gegevens op te vragen. In 2009 bleekdat het CIOT al 50 miljoen telefoonnummbers en 31 miljoen 'internet gerelateerde gegevens' in handen had. Dat cijfer is sindsdien ongetwijfeld gestegen.

De hierboven genoemde cijfers en werkwijzen zijn keurig in de wet geregeld. Maar de bevoegdheden van geheime diensten komen regelmatig in het nieuws, mede omdat regels regelmatig worden overtreden. Een tijdlijn met een aantal belangrijke en noemenswaardige ontwikkelingen op het gebied van dataverzameling in Nederland:

Wat gebeurt er met al die data? In het boek 'Je hebt wel iets te verbergen' proberen onderzoeksjournalisten Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis met een team van onder andere hackers en juristen alle data in kaart te brengen die de overheid bezit over haar burgers. Tijdens die zoektocht raken zij verstrikt in een 'dataspaghetti'. Wat blijkt? De Nederlandse overheid is totaal het overzicht kwijt van welke data wordt verzameld en waar die belandt. Wat het nog ingewikkelder maakt is dat de grens tussen publieke (overheids-) en private data is vervaagd. (Lokale) overheden maken vaak gebruik van data van bedrijven voor hun dienstverlening en vice versa. Zo maakt de politie bijvoorbeeld gebruik van de databases van Coosto, dat alle Nederlandse social mediaposts verzamelt en doorzoekbaar maakt. Volgens het Rathenau Instituut staat de gemiddelde Nederlander in 250 tot 500 databases.

Het verwarrende beeld van de auteurs werd al in 2011 aangekaart door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Het toonaangevende rapport iOverheid (pdf) concludeert dat het slecht gesteld is met de manier waarop de Nederlandse overheid met persoonsgegevens omgaat. De overheid maakt tal van nieuwe databases aan voor de ondersteuning van allerlei diensten, maar er blijkt geen enkele strategie achter te zitten. Databases worden gekoppeld (denk aan het koppelen van patientgegevens) en niemand heeft het overzicht.

"De NSA doet dingen die niet in overeenstemming zijn met Europese mensenrechten"

Omdat het internet geen landsgrenzen kent, belandt ons internetverkeer vroeg of laat ook bij buitenlandse inlichtingendiensten zoals de NSA. Kunnen die data vervolgens weer door de Nederlandse diensten worden gebruikt? Die zorgen hebben geleid tot een rechtszaak tegen de Staat. Naast organisaties als Privacy First en de Nederlandse Vereniging voor Journalisten heeft ook De Winter zich hierbij aangesloten. "We weten dat de NSA een aantal dingen doet die niet in overeenstemming zijn met Europese mensenrechten. Wij hebben hier een aantal mensenrechten die men in Amerika niet kent. Het zou heel raar zijn dat data uit Nederland door een buitenlandse inlichtingendienst worden opgevangen en via hen weer bij de Nederlandse dienst belanden. Dat is een 'fuck you' naar de Nederlandse wetgeving."

"Dat dit gebeurt is in Europa niet eens meer onderwerp van discussie: de Raad van Europa heeft in het rapport van CDA-Kamerlid Omtzigt heel duidelijk omschreven wat er wel en niet gebeurt. Volgens het rapport raakt de werkwijze onze privacy, de vrije meningsuiting, het recht op een eerlijk proces en het recht op vrije godsdienst. Als dat de conclusie is denk ik dat we snel zijn uitgepraat over wat er zou moeten gebeuren. Het is allemaal objectiveerbaar en er zit vrij weinig emotie bij." Op 14 maart van dit jaar ordeelde het Gerechtshof echter dat de dataverzameling niet in strijd is met onze wet. Althans, er is niet aangetoond dat dit wel zo is. "Het tegenargument is nu dat we niet kunnen aantonen dat het exact zo gebeurt. En dat is ook zo, want ze heten niet voor niets 'geheime diensten'. Het is een bijzondere redenering."

Gevolgen en beweegredenen

Terwijl de hoevelheid data groeit, groeit ook de vraag van de opsporingsdiensten om meer van die data te mogen analyseren. Maar staat dit wel in verhouding? Wat voor gevolgen heeft deze aanpak en zijn er andere mogelijkheden?

Volgens De Winter is het vanzelfsprekend dat de overheid op zoek is naar de mogelijkheden die nieuwe technologie met zich meebrengt. Maar dat er een verklaring voor is, betekent niet dat dit ook de juiste oplossing is. De Winter: "Je kunt echt foute keuzes maken in terreurbestrijding." In deel 1 vertelde de ICT-expert al wat er volgens hem mis is met de nieuwe Wiv, waaronder de onschuldpresumptie die onder druk staat en het gebrek aan bewijs dat dit een effectieve oplossing is. "Bovendien is er een miljardenindustrie ontstaan met een drang om te overleven. De NSA geeft jaarlijks tussen de 100 en 150 miljard dollar uit. Dat is geen budget meer; dat is een industrie, waar veel mensen afhankelijk van zijn. Daar zit dus ook echt wel wat lobbypower. Het verliezen van 1% van het budget is al anderhalf miljard dollar. Dan wil je best 100 miljoen uitgeven om dat te voorkomen. Het gaat om zulke idioot hoge bedragen en dat is heel moeilijk te bevatten. En als je kijkt naar de waarde van de industrie, snap je ook dat die niet meer gaat verdwijnen."

De Winter noemt verschillende gebieden waarop dit grote impact heeft. Ten eerste onze rechten als burgers. "Dit is een vrij politieke aanpak. Je kunt nu steeds roepen dat je meer en meer doet om terreur te bestrijden, en na de volgende aanslag de lat nog hoger leggen. We zitten nu in een hele negatieve spiraal waarbij vooral onze vrijheden onder druk komen te staan. Dat is dus precies dat wat wordt aangevallen. Men hoeft niet eens meer een aanslag te plegen; het wordt voor ons geregeld!"

"Waarom zou ik mijn data stallen bij een partij die massaal mijn verkeer in de gaten kan houden?"

Bovendien zou het risico op zelfcensuur op de loer liggen. Probeer je je te verweren, dan vertoon je juist afwijkend gedrag, aldus De Winter. "Het probleem is: je weet niet wat afwijkend gedrag is. Daardoor ga je gedrag vertonen waarmee je zeker aan de veilige kant blijft zitten." Inderdaad: na de Snowden-onthullingen zijn twijfelachtige zoektermen sterk gedaald. Naast persoonlijke vrijheden staat volgens de onderzoeker ook het vestigingsklimaat van Nederland onder druk. "Het tweede grote gevaar is dat bedrijven zich niet welkom voelen in Nederland. Wat zou jij doen als je een bedrijf hebt? Waarom zou ik mijn data stallen bij een partij die massaal mijn verkeer in de gaten kan houden? Waarom zou Microsoft hier nog een datacentrum bouwen, met de kennis dat dat voor hen tot meer surveillance leidt? Dan kun je wel roepen: 'wij doen niet aan economische spionage'. Dan zeg ik: prove it! Je kunt erop wachten dat dit gaat gebeuren. De overheid creëert een 'closed for business'-klimaat. Dat is op het internet vrij dodelijk, want dan gaan mensen wel naar een ander land." Deze zorg werden ook door onder andere de ICT-sector zelf aangekaart en de toenmalige minister Kamp van Economische Zaken erkende die zorg.

Wat zijn nou precies de beweegredenen achter deze keuzes? "Ik denk niet dat overheden kwaadwillend zijn, of dat er een groot plan is om de vrijheden van burgers te ontnemen. Daar is weinig bewijs voor. Sterker nog, ik vind dat mensen die bij overheden werken de mensenrechten heel goed in het vizier hebben." De Winter denkt dat het risico vooral bij de politiek ligt. "Politici die weinig van het onderwerp weten, willen toch wat roepen. Daar hebben we denk ik nog wel het meeste last van."

"Ik zie techno-optimisme en controledrang"

Op welke grondslagen worden dit soort besluiten dan genomen? De Winter: "Ik zie ten eerste het techno-optimisme, iets wat heel sterk leeft en waarom heel veel ict-projecten van de overheid ook mislukken." Techno-optimisme is de overtuiging dat technologie allerlei problemen op kan lossen. De overheid verliest jaarlijks miljarden aan mislukkende ICT-projecten. Slechts 7 procent van de grootschalige projecten slaagt uiteindelijk. Volgens De Winter geldt dit optimisme dus ook voor de digitale dreigingen: hoe meer data we analyseren, hoe veiliger we zijn. "Daarnaast zie ik de angst om iets verkeerd te doen en de angst voor het onbekende; controledrang."

De onderzoeker is van mening dat de aanpak vaak fundamenteel verkeerd is. "Individueel georganiseerde aanslagen zijn moeilijk te detecteren. In die gevallen is de enige mogelijkheid op detectie via observatie en de kans dat je hem daarmee pakt is heel klein." Nederland zou er daarom goed aan doen om te kijken naar hoe ze het in andere landen aanpakken. "Het land met de meeste aanslagen is Israël, en je ziet dat daar juist de respons alle aandacht krijgt. We moeten op hele andere dingen inzetten en een andere analyse maken."

De noodrem

De grote zorgen over de uitbreidingen van de bevoegdheden van geheime diensten brengt dus veel bezwaren met zich mee. Toch is het wetsvoorstel uiteindelijk aangenomen. Een groep bezorgde burgers trekt daarom aan de noodrem en hebben genoeg handtekeningen verzameld voor een referendum. Maar eigenlijk is van een echte noodrem geen sprake, want het referendum is enkel raadgevend. Volgens de referendumwet moet de politiek zich bij een opkomst van 30% opnieuw beraden over het wetsvoorstel. Uiteindelijk kan de politiek de uitslag alsnog naast zich neerleggen. Onlangs zei CDA-leider Buma al dat het kabinet dit referendum inderdaad zal negeren. In maart zal blijken wat het wordt.

"We zijn in Nederland niet meer zo scherp op de mensenrechten"

De Winter denkt dat de wet er uiteindelijk gewoon doorheen komt, maar vindt in ieder geval dat de discussie meer gevoerd moet worden. "Dat zijn we denk ik een beetje kwijt in dit land. We zijn in Nederland niet meer zo scherp op de mensenrechten. Met de dingen die ik roep vind ik mij in een zeer goed gezelschap: wetenschappers, de Nederlandse Vereniging voor Journalisten, grote internationale bedrijven en burgerrechtenbewegingen. Een hele brede coalitie, en de groep voorstanders is heel smal. Onder andere de Raad van Europa, het bedrijfsleven en de wetenschap uitte kritiek. Het is heel breed en het enige wat je terughoort is 'ja maar jullie weten niet wat wij weten'. Zo kun je niet debatteren."

"Je voert een aantal debatten dus nauwelijks en daar zit juist de crux. Als je een normaal debat voert en uiteindelijk kom je als land tot de conclusie dat je onder surveillance wil staan, dan is dat een keuze waar ik persoonlijk niet gelukkig van word, maar dat is dan wel een logische uitkomst van dat debat. Wat je hier ziet is dat er geen debat is gevoerd, maar wel een conclusie is."

Over dit project

Dit verhaal is gemaakt door een vierdejaarsstudent van de Fontys Hogeschool Journalistiek. Het kwam tot stand tijdens een studieproject en is vervolgens uitgebreid met research en een interview. Vragen en opmerkingen zijn uiteraard welkom en kunnen via e-mail worden gesteld.